Hoe het werkt › Een oefening afmaken
Elke oefening heeft twee doelen. Haal ze allebei om hem te voltooien — of doe hem in één keer goed, dan krijg je ze in één klap.

Nauwkeurigheid
Drie foutloze rondes — elk antwoord meteen goed. Ze tellen op over alles wat je speelt; ze hoeven niet achter elkaar.
Waar het percentage vandaan komt
Nauwkeurigheid is het aantal goede antwoorden gedeeld door het aantal antwoorden dat je gaf. Daaronder staat waar het vandaan komt: hoeveel opgaven je deed, hoeveel je er direct goed had, en hoeveel pogingen dat kostte. Direct goed en pogingen zijn twee verschillende getallen — zes foute antwoorden kunnen best van één koppige opgave komen, en dan staat er 9 van de 10 direct goed terwijl het percentage lager uitvalt. Elke opgave wordt uiteindelijk goed beantwoord, want een fout antwoord telt niet af, het vraagt het gewoon opnieuw; de pogingen vertellen dus hoe vlot het ging. Alles direct goed is een foutloze ronde, en dat levert een stip op voor Nauwkeurigheid. Dezelfde vijf getallen staan later in de rondegrafiek, in dezelfde volgorde.
Snelheid
Drie rondes op tempo — binnen anderhalf keer de tijd die bij de oefening staat. Fouten maken mag: ze kosten wel tijd, dus snel én slordig haalt het meestal niet. Bij een speedronde telt je gemiddelde per som. Het streepje staat vast en je weet het van tevoren: het hangt niet af van hoe snel je het ooit eerder deed.
Voortgangsbalken
De twee balken op elke oefeningkaart tonen je voortgang naar nauwkeurigheid en snelheid. Naarmate je oefent, vullen ze zich. Als ze allebei vol zijn, heb je de oefening voltooid.

Het eindscherm
Als een ronde klaar is krijg je een overzicht, met bovenaan de naam van de oefening die je net deed, met zijn boekje ervoor en, als je hem in één keer goed had, het vlammetje erachter. Daaronder staat in stukjes wat deze ronde opleverde: je tijd en hoeveel je er goed had, wat de balkjes deden, wat je dorp ervan kreeg, en wat er openging. Elk stukje staat op een eigen regel. Bij wat er openging staat het ene onderwerp of de ene oefening er gewoon bij; zijn het er meer, tik dan op de regel om te zien welke.
Wat je ermee gebouwd hebt
Bouwt deze kaart mee aan een huisje, dan staat hier bij welke groep dat is en of je er een laag mee verdiend hebt. Soms staat er een heel nieuw huisje klaar om neer te zetten. Kaarten zonder hamertje bouwen niets, en dan laat het scherm dit stuk gewoon weg.
En wat hierna
Onderaan staat één knop die oplicht. Heb je de oefening nog niet onder de knie, dan is dat 'Nog een keer'. Heb je hem af, dan wordt het de volgende oefening, met naam en al — dezelfde die je overzichtspagina je zou aanraden. Daaronder staat de weg naar je dorp, met een stip erop als daar iets te bouwen ligt.

Wat telt als in één keer?
Elke opgave in één keer goed, en elke opgave binnen de tijd die bij de oefening staat — meestal drie seconden, bij moeilijkere sommen wat meer. Dan is de oefening meteen klaar en krijg je allebei de doelen ineens.
Alles eronder telt mee
Wie een moeilijke oefening zó doet, kan de makkelijkere eronder ook. Die worden daarom vanzelf als gedaan gezet — zo hoeft niemand zich door werk te worstelen dat hij allang kan.
Taart in vuur en vlam
Een oefening afmaken levert taart op. In één keer goed zet die taart in brand.
Toetsen
Elk onderdeel heeft een toets, en die is open zodra het onderdeel open is. Doe je hem in één keer goed — elke som meteen goed, en op tijd — dan tellen de oefeningen van dat onderdeel als gedaan: je hoeft ze niet eerst door te werken. Lukt dat niet, dan mag je hem na een uur opnieuw proberen; een toets heeft geen bolletjes die je stap voor stap vult, hij is gehaald of nog niet. Alleen de sommen die twee onderwerpen mengen, zoals plus en min door elkaar, doe je daarna nog zelf: die horen bij twee onderdelen tegelijk. Je vindt de toetsen op je overzicht onder ‘Toetsen’, en als oefening in het onderdeel zelf.