Kijk bij elke som eerst of het plus of min is.
Aftrekken tot 100
Aftrekken tot 100 oefenen, van 87 − 7 tot 63 − 57: twee getallen van twee cijfers, terug over het tiental, en meer getallen tegelijk.
Uw kind kan hier beginnen zodra het tot 100 kan optellen en tot 50 zeker aftrekt. Bij 64 − 27 rekent het in stappen, eerst 20 eraf, dan 4, dan 3, en zo'n route houdt alleen stand als geen van die stappen nog moeite kost.
Meestal in het 2de leerjaar in Vlaanderen en groep 4–5 in Nederland, rond 7 tot 9 jaar. Elk kind gaat in zijn eigen tempo; dit is een richtlijn, geen eis.
De eerste van 32 oefeningen in dit onderwerp. Bekijk ze allemaal
Zo ziet het eruit voor uw kind
Met één oefening uit dit onderwerp als voorbeeld: Min een enkel cijfer, over de tien.
Hoe het samenhangt
De pijlen wijzen naar wat daarna gedaan kan worden. Wat in een vak staat, hoort bij dat vak.
Aftrekken
Aftrekken tot 100
Twee getallen tot 100
+3 meer
Meer getallen en balans tot 100
Kan daarna
eerst dit, dan dat hoort bij
Lees de hele som voor je invult: komt er iets bij, of gaat er iets af?
Tegen de klok: hoeveel lukken er in zestig seconden?
Van links naar rechts, één stap tegelijk.
Reken één kant uit, en maak de andere kant even groot.
Een lange ronde van 50 sommen door elkaar, als afsluiter.
Alles van dit onderwerp in één ronde van 50 sommen.
Twee getallen tot 100
58 − 3: alleen de enen, 8 − 3 = 5, dus 55.
Welke twee getallen geven dit verschil? Tik ze in de goede volgorde aan.
Tientallen van tientallen, enen van enen: 75 − 32 = 40 + 3 = 43.
Eerst terug naar het tiental: 63 − 5 = 63 − 3 − 2 = 58.
Draai hem om: 58 − ? = 55 is hetzelfde als 55 + ? = 58.
Eerst de tientallen eraf, dan de enen: 82 − 35 = 52 − 5 = 47.
Draai hem om: 75 − ? = 43 is hetzelfde als 43 + ? = 75.
Draai hem om: 63 − ? = 58 is hetzelfde als 58 + ? = 63.
Tel op vanaf het kleine getal: 100 − 54 — van 54 naar 60 is 6, dan nog 40, dus 46.
Kijk eerst: kun je de enen eraf halen zonder terug over de tien te gaan?
Draai hem om: 82 − ? = 47 is hetzelfde als 47 + ? = 82.
Meer getallen en balans tot 100
Haal ze er één voor één af, van links naar rechts.
Reken één kant uit, en maak de andere kant even groot.
Reken eerst uit wat er al staat, en kijk dan hoeveel er nog mist.
Tegen de klok: hoeveel lukken er in zestig seconden?
Haal ze er één voor één af, van links naar rechts.
Een race tegen de tijd, voor wie het al kan en het sneller wil.
Reken eerst uit wat er al staat, en kijk dan hoeveel er nog mist.
Door elkaar tot 100
Dezelfde som als 82 − 35 = 47, maar tien keer zo groot: 820 − 350 = 470.
Tegen de klok: hoeveel lukken er in zestig seconden?
Dezelfde som als 82 − 35 = 47, maar honderd keer zo groot: 8200 − 3500 = 4700.
Net als 100 − 45 = 55, maar tien keer zo groot: 1000 − 450 = 550.
Dezelfde som als 82 − 35 = 47, maar duizend keer zo groot: 82000 − 35000 = 47000.
Net als 100 − 45 = 55, maar honderd keer zo groot: 10000 − 4500 = 5500.
Net als 100 − 45 = 55, maar duizend keer zo groot: 100000 − 45000 = 55000.
Waarom dit belangrijk is
Tot honderd komen alle eerdere stappen samen. Uw kind trekt twee getallen van twee cijfers van elkaar af, gaat daarbij soms terug over een tiental en moet bij elke som overzien welke aanpak het kortst is. Hier wordt aftrekken een echte vaardigheid in plaats van een rijtje losse trucjes.
Wat hier vlot gaat, gebruikt uw kind overal: wisselgeld, de tijd die nog over is, het verschil tussen twee scores. Ook de sommen met honderdtallen en duizendtallen sluiten hierop aan, omdat 900 − 350 eigenlijk 90 − 35 is in een groter jasje.
Zo pakt u het aan
Schieten de enen niet tekort, dan kan uw kind de tientallen en de enen los van elkaar aftrekken. Gaat dat niet, zoals bij 64 − 27, dan is in stappen rekenen veiliger: eerst 20 eraf naar 44, dan 4 naar 40, dan nog 3, dus 37. Schrijf zo’n route samen een paar keer op, zodat uw kind het patroon ziet.
Soms helpt het om aftrekken als afstand te zien. Teken bij 71 − 38 een lege lijn en meet in sprongen hoe ver 38 van 71 ligt: naar 40 is 2, naar 70 is 30, naar 71 is 1. Samen 33. Vooral bij getallen die dicht bij elkaar liggen is dat sneller dan wegnemen.
Wanneer zit het erin?
Als uw kind alle 10 sommen foutloos maakt in 35 seconden of minder. Zo vlot gaat het pas wanneer de antwoorden uit het geheugen komen.