Maqqii Een gebalanceerd netwerk van rekenvaardigheden voor kinderen op de lagere school Oefenen

Maaltafel van 5

Maaltafel van 5 oefenen, van 6 × 5 tot 9 × 5 en 20 ÷ 5: antwoorden die op 0 of 5 eindigen. Eerst de maaltafel, dan de deeltafel.

Hier begint het: voor de maaltafel van 5 hoeft er niets anders eerst te zitten. Wat hier vastzit, helpt bij de maaltafel van 3, met 5 × 3 = 15 als anker, en later bij de maaltafel van 15, de getallenreeksen en elke keer dat er geld of minuten geteld worden.

Meestal in het 2de leerjaar in Vlaanderen en groep 4 in Nederland, rond 7 tot 8 jaar. Elk kind gaat in zijn eigen tempo; dit is een richtlijn, geen eis.

Maaltafel van 5
  • 1×5=5
  • 2×5=10

De eerste van 6 oefeningen in dit onderwerp. Bekijk ze allemaal

Zo ziet het eruit voor uw kind

Met één oefening uit dit onderwerp als voorbeeld: Door elkaar.

1 Op de pagina van het onderwerp staat de volgende oefening klaar.
Op de pagina van het onderwerp staat de volgende oefening klaar.
2 Uw kind speelt een ronde van 10 sommen.
Uw kind speelt een ronde van 10 sommen.
3 Foutloos en op tijd: de oefening is af, en het levert hout op voor het dorp.
Foutloos en op tijd: de oefening is af, en het levert hout op voor het dorp.
4 Dezelfde pagina, een ronde later: de volgende oefening staat klaar.
Dezelfde pagina, een ronde later: de volgende oefening staat klaar.

Hoe het samenhangt

De pijlen wijzen naar wat daarna gedaan kan worden. Wat in een vak staat, hoort bij dat vak.

eerst dit, dan dat hoort bij

Maaltafel van 5

  • 1×5=5
  • 2×5=10

Elk antwoord is het vorige plus 5.

  • 9×5=45
  • 5×5=25

Keer 5 is de helft van keer 10: 7 × 5 = 70 ÷ 2 = 35.

  • 6×5=30
  • 2×5=10

Welk getal keer 5 geeft het antwoord? Zeg de maaltafel op tot je het hoort.

Deeltafel van 5

  • 20÷5=4
  • 40÷5=8

Welk getal keer 5 is het? Zoek het in de maaltafel van 5.

  • 20÷5=4
  • 30÷5=6

Het getal dat gedeeld werd is het antwoord keer 5.

  • 10÷5=2
  • 5÷5=1

Uitrekenen en invullen door elkaar: eerst kijken waar het gat zit.

Waarom dit belangrijk is

De maaltafel van 5 voelt voor veel kinderen als een van de makkelijkere, en dat komt door het patroon: de antwoorden eindigen om en om op 5 en op 0. Hij komt ook overal terug, bij geld, bij de minuten op de klok en bij het tellen in vijftallen, dus hij betaalt zich snel terug.

Zo pakt u het aan

Twee dingen helpen. Een even getal keer 5 eindigt op 0, een oneven getal op 5: 8 × 5 eindigt dus op een 0 en 9 × 5 op een 5. En wie keer 10 kent, kan halveren: 8 × 10 = 80, de helft is 40.

De deeltafel volgt dezelfde weg terug. 45 ÷ 5 vraagt hoeveel vijven er in 45 zitten; verdubbel 45 tot 90 en haal de nul weg, dan staat er 9. Handig, maar het mooiste is als uw kind gewoon weet dat 9 × 5 = 45.

Wanneer zit het erin?

Een ronde van 10 sommen in één keer zonder fouten, binnen 20 seconden. Dat is ongeveer 2 seconden per som: geen tellen meer, maar weten.