Breuken
Breuken oefenen, van 1/4 = 3/12 tot 3/4 ÷ 2/5: lezen, gelijkwaardige breuken, optellen, en vermenigvuldigen en delen, in vier onderwerpen.
- Breuken lezenBreuken lezen oefenen, van 3/8 tot 9/4: een taart in stukken en welke breuk dat is, van één stukje tot meer dan een hele.
- Gelijkwaardige breukenGelijkwaardige breuken oefenen, van 2/6 = 1/3 tot 10/15 = 2/3: zien dat andere getallen evenveel taart zijn, en breuken anders opschrijven.
- Breuken optellenBreuken optellen oefenen, van 5/11 + 4/11 tot 1/3 + 3/4: eerst met dezelfde noemer, dan met een andere noemer, en tot slot het antwoord afmaken.
- Breuken vermenigvuldigen en delenBreuken vermenigvuldigen en delen oefenen, van 2/9 × 4 tot 3/4 ÷ 2/5: eerst met een heel getal, daarna met twee breuken, elke stap pas als de vorige zit.
Ook in dit onderwerp
Hoe het samenhangt
De pijlen wijzen naar wat daarna gedaan kan worden. Wat in een vak staat, hoort bij dat vak.
eerst dit, dan dat hoort bij
Waarom dit belangrijk is
Breuken zijn voor veel kinderen het punt waar rekenen ineens abstract voelt. Een getal boven een streep, een getal eronder, en opeens is 1/3 groter dan 1/4, terwijl 3 kleiner is dan 4. Wie hier vastloopt, merkt dat later terug bij procenten, verhoudingen en kommagetallen.
Daarom beginnen de oefeningen niet bij de notatie maar bij iets wat u kunt zien: taarten in stukken. Pas als een kind weet wat een breuk voorstelt, wordt het rekenen ermee meer dan een trucje uit het hoofd.
Zo pakt u het aan
Volg de volgorde van de onderwerpen. Eerst lezen: welke breuk zie je? Dan gelijkwaardige breuken, want 2/4 en 1/2 als hetzelfde herkennen is de sleutel tot alles wat volgt. Optellen met verschillende noemers lukt pas als dat stuk vlot gaat.
Praat er thuis gerust over aan de hand van gewone dingen: een pizza in achten, een reep chocola van twaalf blokjes. Vraag niet alleen naar het antwoord, maar ook naar het waarom: waarom is een achtste kleiner dan een vierde? Een kind dat het kan uitleggen, heeft het echt begrepen.