Elk antwoord is het vorige plus 13.
Maaltafel van 13
Maaltafel van 13 oefenen, van 7 × 13 = 91 tot 8 × 13 = 104: tien keer plus drie keer, twee kleine sommen in plaats van één grote.
Uw kind kan de oefeningen hier pas doen als de maaltafels van 3, 10 en 15 zitten. De 13 heeft geen eigen patroon, dus alles hangt aan het splitsen van 6 × 13 in 6 × 10 en 6 × 3, een aanpak die uw kind bij de 15 al heeft gebruikt.
Meestal in het 4de–6de leerjaar in Vlaanderen en groep 6–8 in Nederland, rond 9 tot 12 jaar. Elk kind gaat in zijn eigen tempo; dit is een richtlijn, geen eis.
De eerste van 3 oefeningen in dit onderwerp. Bekijk ze allemaal
Zo ziet het eruit voor uw kind
Met één oefening uit dit onderwerp als voorbeeld: Door elkaar.
Hoe het samenhangt
De pijlen wijzen naar wat daarna gedaan kan worden. Wat in een vak staat, hoort bij dat vak.
Eerst nodig
Maaltafels 15, 13 & 14
Maaltafel van 13
eerst dit, dan dat hoort bij
Keer 13 is keer 10 plus keer 3: 7 × 13 = 70 + 21.
Welk getal keer 13 geeft het antwoord? Zeg de maaltafel op tot je het hoort.
Waarom dit belangrijk is
Vanaf de 13 hebben de maaltafels geen eigen patroon meer, zoals de 9 of de 11. Wat ze wel hebben is een vaste aanpak, en die is de echte winst: een groot getal splitsen in stukken die u al kent. Precies dat doet uw kind later ook bij vermenigvuldigen met grote getallen.
Zo pakt u het aan
Bij 6 × 13 rekent uw kind 6 × 10 = 60 en 6 × 3 = 18, en telt die op: 78. Het optellen is hier vaak het lastigste stuk, dus de tussenstappen mogen gerust even blijven staan, op papier of hardop.
Invullen draait de vraag om: welk getal keer 13 is 52? Schatten helpt. 4 × 13 is iets meer dan 40, en 40 + 12 = 52 klopt precies.
Wanneer zit het erin?
Foutloos door de hele ronde van 10, en samen niet langer dan 35 seconden. Rond de 3,5 seconden per som laat zien dat er niet meer geteld wordt.