Maqqii Een gebalanceerd netwerk van rekenvaardigheden voor kinderen op de lagere school Oefenen

Maaltafel van 10

Maaltafel van 10 oefenen, van 10 × 10 tot 90 ÷ 10: een nul erachter en weer eraf, eerst de maaltafel en dan de deeltafel.

Uw kind kan de oefeningen hier pas doen als de maaltafel van 1 zit. Wie weet dat één groepje van 8 gewoon 8 is, ziet in 8 × 10 acht tientallen, en dan is de nul erachter geen trucje maar begrip.

Meestal in het 2de leerjaar in Vlaanderen en groep 4 in Nederland, rond 7 tot 8 jaar. Elk kind gaat in zijn eigen tempo; dit is een richtlijn, geen eis.

Maaltafel van 10
  • 1×10=10
  • 2×10=20

De eerste van 6 oefeningen in dit onderwerp. Bekijk ze allemaal

Zo ziet het eruit voor uw kind

Met één oefening uit dit onderwerp als voorbeeld: Door elkaar.

1 Op de pagina van het onderwerp staat de volgende oefening klaar.
Op de pagina van het onderwerp staat de volgende oefening klaar.
2 Uw kind speelt een ronde van 10 sommen.
Uw kind speelt een ronde van 10 sommen.
3 Foutloos en op tijd: de oefening is af, en het levert hout op voor het dorp.
Foutloos en op tijd: de oefening is af, en het levert hout op voor het dorp.
4 Dezelfde pagina, een ronde later: de volgende oefening staat klaar.
Dezelfde pagina, een ronde later: de volgende oefening staat klaar.

Hoe het samenhangt

De pijlen wijzen naar wat daarna gedaan kan worden. Wat in een vak staat, hoort bij dat vak.

eerst dit, dan dat hoort bij

Maaltafel van 10

  • 1×10=10
  • 2×10=20

Elk antwoord is het vorige plus 10.

  • 10×10=100
  • 1×10=10

Keer 10: zet er een nul achter. 7 × 10 = 70.

  • 1×10=10
  • 7×10=70

Welk getal keer 10 geeft het antwoord? Zeg de maaltafel op tot je het hoort.

Deeltafel van 10

  • 30÷10=3
  • 20÷10=2

Welk getal keer 10 is het? Zoek het in de maaltafel van 10.

  • 90÷10=9
  • 20÷10=2

Het getal dat gedeeld werd is het antwoord keer 10.

  • 60÷10=6
  • 50÷10=5

Gemengde sommen, met het open vakje steeds op een andere plek.

Waarom dit belangrijk is

Keer 10 is meer dan een maaltafel. Het is het idee achter ons hele getalsysteem: tien enen worden een tiental. Een kind dat ziet waarom 6 × 10 = 60, snapt ook waarom 60 uit zes tientallen bestaat. Bovendien is de 10 het anker voor de 5 (de helft), de 9 (één keer minder) en alle maaltafels van 11 tot 20.

Zo pakt u het aan

De nul-regel is snel geleerd, maar vraag af en toe wat er eigenlijk gebeurt: 4 × 10 zijn vier tientallen, en die schrijft u als 40. Zo blijft het geen trucje maar wordt het begrip, en dat begrip is later nodig bij kommagetallen, waar een nul erachter niet meer werkt.

Delen door 10 haalt de nul weer weg: 80 ÷ 10 = 8. Hoeveel tientallen zitten er in 80? Acht. Zo wordt de deeltafel een vraag over tientallen, en geen regel om te onthouden.

Wanneer zit het erin?

Foutloos door de hele ronde van 10, en samen niet langer dan 20 seconden. Rond de 2 seconden per som laat zien dat er niet meer geteld wordt.