Maqqii Een gebalanceerd netwerk van rekenvaardigheden voor kinderen op de lagere school Oefenen

Maaltafel van 2

Maaltafel van 2 oefenen, van 6 × 2 tot 18 ÷ 2: keer 2 is verdubbelen en de deeltafel is halveren. Eerst de maaltafel, dan de deeltafel.

Uw kind kan hier beginnen zodra het de keersommen tot 10 kent en de maaltafel van 10 zit; voor de latere oefeningen komt delen tot 20 erbij. Zo is halveren al bekend als de deeltafel komt: 16 ÷ 2 is de helft van 16, en uw kind ziet dat verdubbelen en halveren elkaars spiegelbeeld zijn.

Meestal in het 2de leerjaar in Vlaanderen en groep 4 in Nederland, rond 7 tot 8 jaar. Elk kind gaat in zijn eigen tempo; dit is een richtlijn, geen eis.

Maaltafel van 2
  • 1×2=2
  • 2×2=4

De eerste van 6 oefeningen in dit onderwerp. Bekijk ze allemaal

Zo ziet het eruit voor uw kind

Met één oefening uit dit onderwerp als voorbeeld: Door elkaar.

1 Op de pagina van het onderwerp staat de volgende oefening klaar.
Op de pagina van het onderwerp staat de volgende oefening klaar.
2 Uw kind speelt een ronde van 10 sommen.
Uw kind speelt een ronde van 10 sommen.
3 Foutloos en op tijd: de oefening is af, en het levert hout op voor het dorp.
Foutloos en op tijd: de oefening is af, en het levert hout op voor het dorp.
4 Dezelfde pagina, een ronde later: de volgende oefening staat klaar.
Dezelfde pagina, een ronde later: de volgende oefening staat klaar.

Hoe het samenhangt

De pijlen wijzen naar wat daarna gedaan kan worden. Wat in een vak staat, hoort bij dat vak.

eerst dit, dan dat hoort bij

Maaltafel van 2

  • 1×2=2
  • 2×2=4

Elk antwoord is het vorige plus 2.

  • 7×2=14
  • 1×2=2

Keer 2 is het dubbele: 7 × 2 = 7 + 7.

  • 6×2=12
  • 9×2=18

Welk getal keer 2 geeft het antwoord? Zeg de maaltafel op tot je het hoort.

Deeltafel van 2

  • 18÷2=9
  • 8÷2=4

Welk getal keer 2 is het? Zoek het in de maaltafel van 2.

  • 2÷2=1
  • 16÷2=8

Het getal dat gedeeld werd is het antwoord keer 2.

  • 10÷2=5
  • 6÷2=3

Soms ontbreekt de uitkomst, soms een getal ervoor.

Waarom dit belangrijk is

Dubbelen zijn vaak het eerste wat een kind uit het hoofd weet: 4 + 4, 6 + 6. De maaltafel van 2 zet die kennis op een rij, en daarmee is hij de opstap naar andere maaltafels. De maaltafel van 4 is twee keer verdubbelen en die van 8 drie keer, dus wie de 2 vlot kent, heeft daar al een kortere weg.

Zo pakt u het aan

Begin bij wat uw kind al weet. Vraag bij 8 × 2 niet naar de maaltafel, maar naar 8 + 8: het antwoord is hetzelfde en voelt meteen vertrouwd. Ook handig om te weten: alle antwoorden zijn even, dus een oneven uitkomst kan nooit kloppen.

Bij de deeltafel gaat het andersom, want 16 ÷ 2 is de helft van 16. Halveren en verdubbelen zijn elkaars spiegelbeeld, en een kind dat dat doorheeft, oefent ze allebei in één keer.

Wanneer zit het erin?

Een ronde van 10 sommen in één keer zonder fouten, binnen 20 seconden. Dat is ongeveer 2 seconden per som: geen tellen meer, maar weten.