Maqqii Een gebalanceerd netwerk van rekenvaardigheden voor kinderen op de lagere school Oefenen

Maaltafel van 12

Maaltafel van 12 oefenen, zoals 3 × 12 = 36: keer 10 plus keer 2, de maaltafel van het dozijn, de maanden van het jaar en de uren op de klok.

Uw kind kan de oefeningen hier pas doen als de maaltafels van 2, 10 en 20 zitten. Elke som wordt hier in twee bekende stukken gesplitst, 8 × 12 in 80 en 16, en als een van die stukken nog geteld moet worden, loopt het optellen daarna mis.

Meestal in het 4de–6de leerjaar in Vlaanderen en groep 6–8 in Nederland, rond 9 tot 12 jaar. Elk kind gaat in zijn eigen tempo; dit is een richtlijn, geen eis.

  • 1×12=12
  • 2×12=24

De eerste van 3 oefeningen in dit onderwerp. Bekijk ze allemaal

Zo ziet het eruit voor uw kind

Met één oefening uit dit onderwerp als voorbeeld: Door elkaar.

1 Op de pagina van het onderwerp staat de volgende oefening klaar.
Op de pagina van het onderwerp staat de volgende oefening klaar.
2 Uw kind speelt een ronde van 10 sommen.
Uw kind speelt een ronde van 10 sommen.
3 Foutloos en op tijd: de oefening is af, en het levert hout op voor het dorp.
Foutloos en op tijd: de oefening is af, en het levert hout op voor het dorp.
4 Dezelfde pagina, een ronde later: de volgende oefening staat klaar.
Dezelfde pagina, een ronde later: de volgende oefening staat klaar.

Hoe het samenhangt

De pijlen wijzen naar wat daarna gedaan kan worden. Wat in een vak staat, hoort bij dat vak.

eerst dit, dan dat hoort bij

  • 1×12=12
  • 2×12=24

Elk antwoord is het vorige plus 12.

  • 3×12=36
  • 1×12=12

Keer 12 is keer 10 plus keer 2: 7 × 12 = 70 + 14.

  • 3×12=36
  • 2×12=24

Welk getal keer 12 geeft het antwoord? Zeg de maaltafel op tot je het hoort.

Waarom dit belangrijk is

Twaalf komt u in het dagelijks leven vaker tegen dan u zou denken: een dozijn, de maanden van een jaar, de uren op de klok. Daarmee is de maaltafel van 12 een praktische, en hij laat goed zien hoe de grote maaltafels werken. Niets hoeft helemaal nieuw te zijn, want 12 is een tiental en een twee.

Zo pakt u het aan

Splits steeds op dezelfde manier: eerst het tiental, dan de rest. 8 × 12 is 8 × 10 = 80 en 8 × 2 = 16, samen 96. In het begin hardop en met tussenstappen; komen de antwoorden vaker vanzelf, dan mag dat los.

Bij grotere sommen kan een omweg via de 6 helpen: 12 is het dubbele van 6, dus 9 × 12 is het dubbele van 54, en dat is 108.

Wanneer zit het erin?

Als uw kind alle 10 sommen foutloos maakt in 35 seconden of minder. Zo vlot gaat het pas wanneer de antwoorden uit het geheugen komen.