Elk antwoord is het vorige plus 20.
Maaltafel van 20
Maaltafel van 20 oefenen, zoals 9 × 20 = 180: het dubbele met een nul erachter, en antwoorden tot 200 als oefening in honderdtallen.
Uw kind kan de oefeningen hier pas doen als de maaltafels van 2, 10 en 11 zitten. Elke som bestaat dan uit stappen die het al kent, 9 × 2 = 18 en een nul erachter, en de maaltafel van 12 bouwt daarna op dezelfde stukken voort.
Meestal in het 4de–6de leerjaar in Vlaanderen en groep 6–8 in Nederland, rond 9 tot 12 jaar. Elk kind gaat in zijn eigen tempo; dit is een richtlijn, geen eis.
De eerste van 3 oefeningen in dit onderwerp. Bekijk ze allemaal
Zo ziet het eruit voor uw kind
Met één oefening uit dit onderwerp als voorbeeld: Door elkaar.
Hoe het samenhangt
De pijlen wijzen naar wat daarna gedaan kan worden. Wat in een vak staat, hoort bij dat vak.
Eerst nodig
Maaltafels 11, 20 & 12
Maaltafel van 20
eerst dit, dan dat hoort bij
Keer 20 is het dubbele met een nul erachter: 7 × 20 = 140.
Welk getal keer 20 geeft het antwoord? Zeg de maaltafel op tot je het hoort.
Waarom dit belangrijk is
De 20 is de eenvoudigste van de grote maaltafels, en daarom een goed anker voor de rest. Wie 6 × 20 = 120 meteen weet, kan van daaruit de 19 en de 18 berekenen, en ziet ook of een antwoord bij de 17 in de buurt zit.
Zo pakt u het aan
Benoem samen de twee stappen: 9 × 2 = 18, dan een nul erachter, 180. Andersom mag ook: eerst keer 10 (90), dan verdubbelen (180).
De getallen lopen op tot 200 bij 10 × 20. Daarmee is deze maaltafel ook een mooie oefening in het lezen en schrijven van honderdtallen.
Wanneer zit het erin?
Een ronde van 10 sommen in één keer zonder fouten, binnen 35 seconden. Dat is ongeveer 3,5 seconden per som: geen tellen meer, maar weten.