Elk antwoord is het vorige plus 16.
Maaltafel van 16
Maaltafel van 16 oefenen, van 4 × 16 = 64 tot 6 × 16 = 96: vier keer verdubbelen of keer 10 plus keer 6, twee ingangen naar dezelfde som.
Uw kind kan de oefeningen hier pas doen als de maaltafels van 6, 10 en 19 zitten. Bij splitsen wordt 5 × 16 de som 50 plus 30, met keer 6 als tweede stuk, en bij de 19 heeft uw kind al geleerd om vooraf te schatten waar het antwoord ligt.
Meestal in het 4de–6de leerjaar in Vlaanderen en groep 6–8 in Nederland, rond 9 tot 12 jaar. Elk kind gaat in zijn eigen tempo; dit is een richtlijn, geen eis.
De eerste van 3 oefeningen in dit onderwerp. Bekijk ze allemaal
Zo ziet het eruit voor uw kind
Met één oefening uit dit onderwerp als voorbeeld: Door elkaar.
Hoe het samenhangt
De pijlen wijzen naar wat daarna gedaan kan worden. Wat in een vak staat, hoort bij dat vak.
Eerst nodig
Maaltafels 19, 16, 17 & 18
Maaltafel van 16
eerst dit, dan dat hoort bij
Keer 16 is keer 10 plus keer 6: 7 × 16 = 70 + 42.
Welk getal keer 16 geeft het antwoord? Zeg de maaltafel op tot je het hoort.
Waarom dit belangrijk is
16 is 2 × 2 × 2 × 2, en dat maakt deze maaltafel bijzonder: wie goed kan verdubbelen, komt overal uit. 3 × 16 gaat van 3 naar 6, 12, 24 en 48. Het is geen maaltafel om rijtje voor rijtje te stampen, maar een plek waar verdubbelen en splitsen samen geoefend worden.
Zo pakt u het aan
Voor de meeste sommen is splitsen het kortst: 5 × 16 = 50 + 30 = 80. De maaltafel van 8 kan ook als tussenstap dienen: 6 × 8 = 48, verdubbeld 96, dus 6 × 16 = 96.
De antwoorden worden hier snel groot, en dat is even wennen. Schatten vóór het rekenen helpt: 9 × 16 is iets minder dan 9 × 20 = 180. Past 144 daarbij? Ja.
Wanneer zit het erin?
Foutloos door de hele ronde van 10, en samen niet langer dan 35 seconden. Rond de 3,5 seconden per som laat zien dat er niet meer geteld wordt.