Elk antwoord is het vorige plus 19.
Maaltafel van 19
Maaltafel van 19 oefenen, van 6 × 19 = 114 tot 10 × 19 = 190: keer 20 en dan één keer eraf, korter dan het eruitziet.
Uw kind kan de oefeningen hier pas doen als de maaltafels van 9 en 10 zitten. De 19 is dezelfde gedachte als de 9, keer tien en één keer minder, alleen een tiental hoger, en wie die gedachte bij de 9 niet heeft, ziet hier alleen grote getallen.
Meestal in het 4de–6de leerjaar in Vlaanderen en groep 6–8 in Nederland, rond 9 tot 12 jaar. Elk kind gaat in zijn eigen tempo; dit is een richtlijn, geen eis.
De eerste van 3 oefeningen in dit onderwerp. Bekijk ze allemaal
Zo ziet het eruit voor uw kind
Met één oefening uit dit onderwerp als voorbeeld: Door elkaar.
Hoe het samenhangt
De pijlen wijzen naar wat daarna gedaan kan worden. Wat in een vak staat, hoort bij dat vak.
Eerst nodig
Maaltafels 19, 16, 17 & 18
Maaltafel van 19
eerst dit, dan dat hoort bij
Keer 19 is keer 20 min één keer: 7 × 19 = 140 − 7.
Welk getal keer 19 geeft het antwoord? Zeg de maaltafel op tot je het hoort.
Waarom dit belangrijk is
Negentien keer iets klinkt zwaar, maar met de juiste blik is het een van de makkelijkere grote maaltafels. Het is dezelfde gedachte als bij de 9 (keer 10, één keer minder), alleen een tiental hoger. Wie die overeenkomst ziet, merkt dat de grote maaltafels de kleine herhalen.
Zo pakt u het aan
Bij 8 × 19 rekent uw kind 8 × 20 = 160 en haalt er 8 af: 152. Twee stappen, en de tweede is klein. Splitsen werkt ook (80 + 72), maar is hier meestal langer.
Twijfelt uw kind, dan geeft een schatting houvast: het antwoord moet net onder 8 × 20 liggen. Komt er iets boven de 160 uit, dan is er onderweg iets misgegaan.
Wanneer zit het erin?
Foutloos door de hele ronde van 10, en samen niet langer dan 35 seconden. Rond de 3,5 seconden per som laat zien dat er niet meer geteld wordt.