Maqqii Een gebalanceerd netwerk van rekenvaardigheden voor kinderen op de lagere school Oefenen

Maaltafel van 9

Maaltafel van 9 oefenen, van 7 × 9 tot 54 ÷ 9: keer 10 min één keer, en antwoorden waarvan de cijfers samen 9 zijn. Eerst de maaltafel, dan de deeltafel.

Hier begint het lastige blok 6, 7, 8 en 9: voor de maaltafel van 9 hoeft er niets anders eerst te zitten. Dat is met opzet, want de 9 heeft het meeste houvast, en de maaltafel van 6 en later de 19 bouwen voort op wat hier vastzit.

Meestal in het 2de–3de leerjaar in Vlaanderen en groep 5 in Nederland, rond 8 tot 9 jaar. Elk kind gaat in zijn eigen tempo; dit is een richtlijn, geen eis.

Maaltafel van 9
  • 1×9=9
  • 2×9=18

De eerste van 6 oefeningen in dit onderwerp. Bekijk ze allemaal

Zo ziet het eruit voor uw kind

Met één oefening uit dit onderwerp als voorbeeld: Door elkaar.

1 Op de pagina van het onderwerp staat de volgende oefening klaar.
Op de pagina van het onderwerp staat de volgende oefening klaar.
2 Uw kind speelt een ronde van 10 sommen.
Uw kind speelt een ronde van 10 sommen.
3 Foutloos en op tijd: de oefening is af, en het levert hout op voor het dorp.
Foutloos en op tijd: de oefening is af, en het levert hout op voor het dorp.
4 Dezelfde pagina, een ronde later: de volgende oefening staat klaar.
Dezelfde pagina, een ronde later: de volgende oefening staat klaar.

Hoe het samenhangt

De pijlen wijzen naar wat daarna gedaan kan worden. Wat in een vak staat, hoort bij dat vak.

Maaltafels 6, 7, 8 & 9

Maaltafel van 9

Deeltafel van 9

eerst dit, dan dat hoort bij

Maaltafel van 9

  • 1×9=9
  • 2×9=18

Elk antwoord is het vorige plus 9.

  • 9×9=81
  • 7×9=63

Keer 9 is keer 10 min één keer: 7 × 9 = 70 − 7.

  • 7×9=63
  • 10×9=90

Welk getal keer 9 geeft het antwoord? Zeg de maaltafel op tot je het hoort.

Deeltafel van 9

  • 18÷9=2
  • 90÷9=10

Welk getal keer 9 is het? Zoek het in de maaltafel van 9.

  • 9÷9=1
  • 81÷9=9

Het getal dat gedeeld werd is het antwoord keer 9.

  • 54÷9=6
  • 27÷9=3

Gemengde sommen, met het open vakje steeds op een andere plek.

Waarom dit belangrijk is

De 9 ziet er groot uit, maar het is een van de tafels met het meeste houvast. Elk antwoord is net één keer minder dan bij de maaltafel van 10, en de cijfers van de antwoorden tellen op tot 9: 18, 27, 36, 45. Dat zijn twee patronen tegelijk, en ze maken de 9 vaak sneller vast dan de 7 of de 8.

Zo pakt u het aan

Bij 6 × 9 zegt uw kind: 6 × 10 = 60, één negen minder, 54. Het tiental van het antwoord is één minder dan het getal waarmee u vermenigvuldigt (bij 6 × 9 begint het met een 5), en de eenheden vullen aan tot 9. Zo is elk antwoord meteen na te kijken.

De deeltafel gebruikt hetzelfde patroon achteruit: het antwoord is het tiental plus één. Bij 72 ÷ 9 is dat 7 + 1 = 8, en dat klopt, want 8 × 9 = 72.

Wanneer zit het erin?

Als uw kind alle 10 sommen foutloos maakt in 30 seconden of minder. Zo vlot gaat het pas wanneer de antwoorden uit het geheugen komen.