Maqqii Een gebalanceerd netwerk van rekenvaardigheden voor kinderen op de lagere school Oefenen

Vermenigvuldigen tot 50

Vermenigvuldigen tot 50 oefenen, van 8 × 5 tot 2 × 23 en 80 × 50: het dubbele van 16 tot 25, keersommen tot 50 en grote getallen met nullen.

Uw kind kan hier beginnen zodra vermenigvuldigen en delen tot 30 goed gaan. Hier komen taaie sommen als 6 × 8 en 7 × 7 voorbij, en die blijven beter hangen bij een kind dat de kleinere al van twee kanten kent: als keersom en als deelsom.

Meestal in het 2de–3de leerjaar in Vlaanderen en groep 5 in Nederland, rond 8 tot 9 jaar. Elk kind gaat in zijn eigen tempo; dit is een richtlijn, geen eis.

  • 18→36
  • 17→34

De eerste van 8 oefeningen in dit onderwerp. Bekijk ze allemaal

Zo ziet het eruit voor uw kind

Met één oefening uit dit onderwerp als voorbeeld: Het dubbele.

1 Op de pagina van het onderwerp staat de volgende oefening klaar.
Op de pagina van het onderwerp staat de volgende oefening klaar.
2 Uw kind speelt een ronde van 10 sommen.
Uw kind speelt een ronde van 10 sommen.
3 Foutloos en op tijd: de oefening is af, en het levert hout op voor het dorp.
Foutloos en op tijd: de oefening is af, en het levert hout op voor het dorp.
4 Dezelfde pagina, een ronde later: de volgende oefening staat klaar.
Dezelfde pagina, een ronde later: de volgende oefening staat klaar.

Hoe het samenhangt

De pijlen wijzen naar wat daarna gedaan kan worden. Wat in een vak staat, hoort bij dat vak.

eerst dit, dan dat hoort bij

  • 18→36
  • 17→34

Keer 2: het dubbele van 16 tot 25.

  • 2×23=46
  • 8×4=32

Splits het grote getal: 3 × 12 = 3 × 10 + 3 × 2.

  • 20→40
  • 17→34

Het dubbele terug is de helft: ? → 46, dus de helft van 46.

  • 5×9=45
  • 3×11=33

Tegen de klok: hoeveel lukken er in zestig seconden?

  • 8×5=40
  • 10×4=40

Dezelfde sommen, maar elke keer een ander getal weg: de uitkomst of een van de twee getallen.

  • 800×4=3200
  • 300×16=4800

Dezelfde sommen tot 50, maar dan met nullen erachter: weet je dat 8 × 2 = 16, dan weet je ook 80 × 2 = 160 en 80 × 20 = 1600.

  • 5×9=45
  • 4×9=36

Welke twee getallen geven deze uitkomst? De volgorde maakt niet uit.

  • 80×50=4000
  • 4×11=44

Alles van dit onderwerp in één ronde van 30 sommen.

Waarom dit belangrijk is

Het dubbele van 16 tot 25 lijkt een rijtje, maar het is splitsen in vermomming. Het dubbele van 23 is het dubbele van 20 plus het dubbele van 3. Wie dat vlot kan, heeft gereedschap voor bijna elke keersom die nog komt.

Tot 50 komen ook de taaiere tafelsommen langs, zoals 6 × 8 en 7 × 7. Juist die blijven bij veel kinderen het langst haperen, dus elke extra keer dat ze voorbijkomen telt.

Zo pakt u het aan

Bij het dubbele werkt een vaste volgorde: eerst de tientallen, dan de enen, dan optellen. Bij 19 is dat 20 en 18, samen 38. Na een week of wat gaat dat zonder hardop te tellen.

Voor de sommen die steeds misgaan kunt u uw kind zelf een ezelsbruggetje laten bedenken. Een rijmpje, een beeld, een grap: het maakt niet uit wat, zolang het van uw kind zelf komt. Een geheugensteun die een kind zelf verzon, blijft beter hangen dan een die het kreeg.

Wanneer zit het erin?

Als uw kind alle 10 sommen foutloos maakt in 30 seconden of minder. Zo vlot gaat het pas wanneer de antwoorden uit het geheugen komen.