2 × 2 × 2 × 2 is 2 tot de macht hoeveel?
Machtsverheffen
Machtsverheffen oefenen, van 6² tot 5³: herhaald vermenigvuldigen kort opschrijven, eerst met kleine machten, dan met grote.
Uw kind kan de oefeningen hier pas doen als de tafels van 1 tot 10 zitten. Elke volgende macht is de vorige keer het grondtal, en wie bij 5 × 5 × 5 de tussenstap nog moet uitrekenen, raakt de draad kwijt voordat de macht af is.
Meestal in groep 8 in Nederland en het 6de leerjaar in Vlaanderen, rond 11 tot 12 jaar. Elk kind gaat in zijn eigen tempo; dit is een richtlijn, geen eis.
De eerste van 13 oefeningen in dit onderwerp. Bekijk ze allemaal
Zo ziet het eruit voor uw kind
Met één oefening uit dit onderwerp als voorbeeld: Machten van 2, tot de duizend.
Hoe het samenhangt
De pijlen wijzen naar wat daarna gedaan kan worden. Wat in een vak staat, hoort bij dat vak.
Eerst nodig
Ontdekken
Machtsverheffen
Kleine machten
eerst dit, dan dat hoort bij
3 × 3 × 3 × 3 — schrijf het als een macht
Alles van dit onderwerp in één ronde van 80 sommen.
Kleine machten
Elke macht is de vorige keer het grondtal: 2⁵ = 2⁴ × 2.
Elke macht is de vorige keer het grondtal: 3⁴ = 3³ × 3.
Elke macht is de vorige keer het grondtal: 5³ = 5² × 5.
Tot de honderd zijn het de kwadraten: een getal keer zichzelf, zoals 8² = 8 × 8.
Elk grondtal van 2 tot 9, de kleine machten — welke tafel is dit?
Grote machten
Elke macht is de vorige keer het grondtal: 2¹⁰ = 2⁹ × 2.
Elke macht is de vorige keer het grondtal: 4⁶ = 4⁵ × 4.
Elke macht is de vorige keer het grondtal: 6⁵ = 6⁴ × 6.
Elke macht is de vorige keer het grondtal: 8⁴ = 8³ × 8.
Elk grondtal van 2 tot 9, de grote machten — de moeilijkste van allemaal.
Waarom dit belangrijk is
Een macht is een afkorting: 5 × 5 × 5 schrijft u als 5³. Dat lijkt een klein notatietrucje, maar het is de taal van grote getallen. Kwadraten, oppervlaktes en de stappen van duizend naar een miljoen leunen er allemaal op.
Machten groeien bovendien verrassend snel, en dat gevoel is waardevol. Een kind dat ziet dat 2 tot de tiende al boven de duizend uitkomt, begrijpt beter waarom iets wat steeds verdubbelt zo hard gaat.
Zo pakt u het aan
Begin met lezen en schrijven: hoe vaak staat hetzelfde getal er, en welk getal is het? Het grondtal staat groot, het kleine getal rechtsboven zegt hoe vaak u het met zichzelf vermenigvuldigt. 6² is dus 6 × 6, en niet 6 × 2.
Daarna volgen de machtstafels, net als de tafels van vermenigvuldigen: eerst de kleine machten, dan de grote. Elke volgende macht is de vorige keer het grondtal, dus wie 3⁴ = 81 weet, vindt 3⁵ via 81 × 3 = 243. Zo hoeft niet alles uit het hoofd.
Wanneer zit het erin?
Als uw kind alle 10 sommen foutloos maakt in 30 seconden of minder. Zo vlot gaat het pas wanneer de antwoorden uit het geheugen komen.