Maqqii Een gebalanceerd netwerk van rekenvaardigheden voor kinderen op de basisschool Oefenen

Tafel van 18

Tafel van 18 oefenen, van 3 × 18 = 54 tot 9 × 18 = 162: keer 20 min twee keer, of splitsen in tien en acht.

Uw kind kan de oefeningen hier pas doen als de tafels van 8, 10 en 17 zitten. Splitsen maakt van 6 × 18 de som 60 + 48, en die 48 moet uit de tafel van 8 meteen komen, anders wordt de tussenstap zwaarder dan de som zelf.

Meestal in groep 6–8 in Nederland en het 4de–6de leerjaar in Vlaanderen, rond 9 tot 12 jaar. Elk kind gaat in zijn eigen tempo; dit is een richtlijn, geen eis.

  • 1×18=18
  • 2×18=36

De eerste van 3 oefeningen in dit onderwerp. Bekijk ze allemaal

Zo ziet het eruit voor uw kind

Met één oefening uit dit onderwerp als voorbeeld: Door elkaar.

1 Op de pagina van het onderwerp staat de volgende oefening klaar.
Op de pagina van het onderwerp staat de volgende oefening klaar.
2 Uw kind speelt een ronde van 10 sommen.
Uw kind speelt een ronde van 10 sommen.
3 Foutloos en op tijd: de oefening is af, en het levert hout op voor het dorp.
Foutloos en op tijd: de oefening is af, en het levert hout op voor het dorp.
4 Dezelfde pagina, een ronde later: de volgende oefening staat klaar.
Dezelfde pagina, een ronde later: de volgende oefening staat klaar.

Hoe het samenhangt

De pijlen wijzen naar wat daarna gedaan kan worden. Wat in een vak staat, hoort bij dat vak.

eerst dit, dan dat hoort bij

  • 1×18=18
  • 2×18=36

Elk antwoord is het vorige plus 18.

  • 9×18=162
  • 6×18=108

Keer 18 is keer 20 min twee keer: 7 × 18 = 140 − 14.

  • 3×18=54
  • 2×18=36

Welk getal keer 18 geeft het antwoord? Zeg de tafel op tot je het hoort.

Waarom dit belangrijk is

Achttien ligt vlak onder twintig, en dat maakt de tafel van 18 lichter dan hij lijkt. Uw kind kan er ook de tafel van 9 in terugzien, want 18 is het dubbele van 9: 4 × 9 = 36, dus 4 × 18 = 72. Het is een tafel die beloont wie de kleine tafels goed kent.

Zo pakt u het aan

Splitsen kan altijd: 6 × 18 = 60 + 48 = 108. Vanaf de 20 is het vaak korter: 6 × 20 = 120, min twee zessen, 108. Probeer samen welke weg het prettigst loopt.

Bij de invulsommen helpt de 9 weer. Welk getal keer 18 is 90? Dat is dezelfde vraag als welk getal keer 9 is 45, en het antwoord is 5.

Wanneer zit het erin?

Als uw kind alle 10 sommen foutloos maakt in 35 seconden of minder. Zo vlot gaat het pas wanneer de antwoorden uit het geheugen komen.