Keer 2: het dubbele van 26 tot 50.
Vermenigvuldigen tot 100
Vermenigvuldigen tot 100 oefenen, van 8 × 7 tot 6 × 15 en 70 × 80: het dubbele van 26 tot 50, splitsen en de tafels van 1 tot 10 compleet.
Uw kind kan hier beginnen zodra vermenigvuldigen en delen tot 50 goed gaan. Bij delen tot 50 komen de grotere tafelsommen al van twee kanten langs, en die zekerheid is nodig zodra uw kind 4 × 23 opdeelt in 4 × 20 en 4 × 3: elk stuk moet dan meteen kloppen.
Meestal in groep 5 in Nederland en het 2de–3de leerjaar in Vlaanderen, rond 8 tot 9 jaar. Elk kind gaat in zijn eigen tempo; dit is een richtlijn, geen eis.
De eerste van 8 oefeningen in dit onderwerp. Bekijk ze allemaal
Zo ziet het eruit voor uw kind
Met één oefening uit dit onderwerp als voorbeeld: Het dubbele.
Hoe het samenhangt
De pijlen wijzen naar wat daarna gedaan kan worden. Wat in een vak staat, hoort bij dat vak.
Eerst nodig
Vermenigvuldigen
Kan daarna
eerst dit, dan dat hoort bij
Splits het grote getal: 4 × 17 = 4 × 10 + 4 × 7.
Het dubbele terug is de helft: ? → 96, dus de helft van 96.
Tegen de klok: hoeveel lukken er in zestig seconden?
Dezelfde sommen, maar elke keer een ander getal weg: de uitkomst of een van de twee getallen.
Dezelfde sommen tot 100, maar dan met nullen erachter: weet je dat 8 × 2 = 16, dan weet je ook 80 × 2 = 160 en 80 × 20 = 1600.
Welke twee getallen geven deze uitkomst? De volgorde maakt niet uit.
Een lange ronde van 40 sommen door elkaar, als afsluiter.
- Keer en delen — Staat bij Delen tot 100
- Keer en delen: grote ronde — Staat bij Delen tot 100
- Snel: keer en delen — Staat bij Delen tot 100
- Plus, min, keer en delen — Staat bij Delen tot 100
- Alle vier: grote ronde — Staat bij Delen tot 100
- Snel: alle vier — Staat bij Delen tot 100
Waarom dit belangrijk is
Tot 100 komt alles samen. Alle tafels van 1 tot 10 passen hier binnen, en daarnaast sommen als 3 × 27 die uw kind zelf moet opdelen. Wie dit beheerst, heeft het fundament onder het rekenen met geld, maten en later het cijferend vermenigvuldigen.
Met tien-, honderd- en duizendtallen worden de getallen pas echt groot. 60 × 90 = 5400 oogt groot, maar het is gewoon 6 × 9 met twee nullen erachter. Dat inzicht haalt de schrik uit grote getallen.
Zo pakt u het aan
Denk bij een som als 4 × 23 in tientallen: 4 × 20 = 80 en 4 × 3 = 12, samen 92. Eerst op papier, daarna steeds vaker in het hoofd, tot het opschrijven overbodig voelt.
Hapert een bepaalde tafel nog, ga dan even terug naar de pagina van die tafel. Een gat in de tafel van 7 maakt elke grotere som met een zeven erin traag, en zo'n gat is sneller gedicht dan omzeild.
Wanneer zit het erin?
Foutloos door de hele ronde van 10, en samen niet langer dan 35 seconden. Rond de 3,5 seconden per som laat zien dat er niet meer geteld wordt.