Elk antwoord is het vorige plus 6.
Tafel van 6
Tafel van 6 oefenen, van 3 × 6 tot 9 × 6 en 18 ÷ 6: het dubbele van de tafel van 3, eerst de tafel en dan de deeltafel.
Uw kind kan de oefeningen hier pas doen als de tafel van 9 zit. De 9 heeft het meeste houvast van het lastige blok, en wat daar vastzit, hoeft hier niet meer geleerd: 9 × 6 = 54 kent uw kind dan al als 6 × 9.
Meestal in groep 5 in Nederland en het 2de–3de leerjaar in Vlaanderen, rond 8 tot 9 jaar. Elk kind gaat in zijn eigen tempo; dit is een richtlijn, geen eis.
De eerste van 6 oefeningen in dit onderwerp. Bekijk ze allemaal
Zo ziet het eruit voor uw kind
Met één oefening uit dit onderwerp als voorbeeld: Door elkaar.
Hoe het samenhangt
De pijlen wijzen naar wat daarna gedaan kan worden. Wat in een vak staat, hoort bij dat vak.
Eerst nodig
Tafels 6, 7, 8 & 9
eerst dit, dan dat hoort bij
Tafel van 6
Keer 6 is keer 5 en nog één keer: 7 × 6 = 35 + 7.
Welk getal keer 6 geeft het antwoord? Zeg de tafel op tot je het hoort.
Deeltafel van 6
Welk getal keer 6 is het? Zoek het in de tafel van 6.
Het getal dat gedeeld werd is het antwoord keer 6.
Uitrekenen en invullen door elkaar: eerst kijken waar het gat zit.
Waarom dit belangrijk is
Met de 6 begint het blok dat veel kinderen het lastigst vinden: 6, 7, 8 en 9. Gelukkig is de 6 nauwelijks echt nieuw. Elk antwoord is het dubbele van de tafel van 3 (4 × 3 = 12, dus 4 × 6 = 24), en wie de kleinere tafels al kent, houdt maar een handvol nieuwe sommen over: 6 × 6, 6 × 7, 6 × 8 en 6 × 9.
Zo pakt u het aan
Kies het anker dat voor uw kind het fijnst voelt. Via de 3: 8 × 3 = 24, verdubbeld 48. Of via de 5: 8 × 5 = 40, en er nog één 8 bij, 48. Beide routes zijn goed, en na genoeg rondes is 48 er gewoon.
De deeltafel van 6 leunt op dezelfde feiten. Vraag bij 54 ÷ 6 eens welke som uit de tafel van 6 op 54 uitkomt. Wie dan 9 × 6 herkent, heeft het antwoord.
Wanneer zit het erin?
Als uw kind alle 10 sommen foutloos maakt in 30 seconden of minder. Zo vlot gaat het pas wanneer de antwoorden uit het geheugen komen.