Een taart, en breuken om uit te kiezen. Kan het met kleinere getallen, of kan het niet?
Breuken vereenvoudigen
Breuken vereenvoudigen oefenen, van 6/8 = 3/4 tot 18/24 = 3/4: zien wanneer het kan, teller en noemer delen, en het antwoord zo klein mogelijk opschrijven.
Eerst: gelijkwaardige breuken. Later ook: de deeltafels. Wie 18 en 24 allebei door 6 wil delen, moet die deling zien zonder lang na te denken.
Meestal in het 5de leerjaar, rond 10 tot 11 jaar. Elke leerling gaat in een eigen tempo; dit is een richtlijn, geen eis.
De eerste van 6 oefeningen in dit onderwerp. Bekijk ze allemaal
Breuken vereenvoudigen: voorbeeldsommen met de antwoorden
Vereenvoudigen, met diagrammen
46=23
Vereenvoudigen
69=23
Zo klein mogelijk
4048=56
Meer dan een hele
2012=53
Gratis te printen, in kleur of zwart-wit, met de antwoorden apart.
Hoe het samenhangt
De pijlen wijzen naar wat daarna gedaan kan worden. Wat in een vak staat, hoort bij dat vak.
Eerst nodig
Breuken
eerst dit, dan dat hoort bij
Deel teller en noemer door hetzelfde getal. De taart blijft evenveel, de getallen worden kleiner.
Meer dan één taart, in kleine stukjes. Welk plaatje laat evenveel zien, maar in grotere stukken?
Deel teller en noemer door hetzelfde getal: 21/35 = 3/5.
Eén keer delen is hier niet genoeg: 18/24 is 9/12, maar het kan nog kleiner: 3/4.
Ook een breuk boven de één kan kleiner: 14/12 = 7/6.
Waarom dit belangrijk is
Bij 18/24 is lastig te zien hoeveel het is. Bij 3/4 ziet iedereen het meteen, terwijl het precies hetzelfde is. Daarom vragen veel sommen om een antwoord zo klein mogelijk.
Vereenvoudigen is geen nieuwe rekensom, maar gelijkwaardige breuken de andere kant op: dezelfde hoeveelheid, in grotere stukken. Wie het beheerst, heeft er bij optellen, vermenigvuldigen en delen steeds gemak van.
Zo pakt u het aan
Begin bij de plaatjes: kan deze taart ook met minder stukken? Daarna deelt de leerling zelf: zoek een getal waar teller en noemer allebei door te delen zijn, en deel ze allebei. 6/8 wordt 3/4, want 6 en 8 zijn allebei door 2 te delen.
Soms is één keer delen niet genoeg. 18/24 wordt 9/12, maar dat kan nog kleiner: 3/4. Vraag de leerling bij elk antwoord even: zijn teller en noemer nog ergens samen door te delen?
Wanneer zit het erin?
Als de leerling alle 10 sommen foutloos maakt in 50 seconden of minder. Zo vlot gaat het pas wanneer de antwoorden uit het geheugen komen.