Maqqii Een gebalanceerd netwerk van rekenvaardigheden voor kinderen op de basisschool Oefenen

Breuken

Breuken oefenen, van 1/4 = 3/12 tot 3/4 ÷ 2/5: lezen, gelijkwaardige breuken, optellen, en vermenigvuldigen en delen, in vier onderwerpen.

Ook in dit onderwerp

Hoe het samenhangt

De pijlen wijzen naar wat daarna gedaan kan worden. Wat in een vak staat, hoort bij dat vak.

eerst dit, dan dat hoort bij

Waarom dit belangrijk is

Breuken zijn voor veel kinderen het punt waar rekenen ineens abstract voelt. Een getal boven een streep, een getal eronder, en opeens is 1/3 groter dan 1/4, terwijl 3 kleiner is dan 4. Wie hier vastloopt, merkt dat later terug bij procenten, verhoudingen en kommagetallen.

Daarom beginnen de oefeningen niet bij de notatie maar bij iets wat u kunt zien: taarten in stukken. Pas als een kind weet wat een breuk voorstelt, wordt het rekenen ermee meer dan een trucje uit het hoofd.

Zo pakt u het aan

Volg de volgorde van de onderwerpen. Eerst lezen: welke breuk zie je? Dan gelijkwaardige breuken, want 2/4 en 1/2 als hetzelfde herkennen is de sleutel tot alles wat volgt. Optellen met verschillende noemers lukt pas als dat stuk vlot gaat.

Praat er thuis gerust over aan de hand van gewone dingen: een pizza in achten, een reep chocola van twaalf blokjes. Vraag niet alleen naar het antwoord, maar ook naar het waarom: waarom is een achtste kleiner dan een vierde? Een kind dat het kan uitleggen, heeft het echt begrepen.