Kijk hoeveel er steeds bij komt.
Getallenreeksen
Getallenreeksen oefenen, van 7, 11, 15 tot 2, 3, 5, 8, 12: de regel achter een rij vinden, eerst met een vaste stap, dan met een stap die verandert.
Uw kind kan de oefeningen hier pas doen als de tafels van 3, 4 en 5 zitten. Veel reeksen springen in drieën, vieren of vijven, en wie die sprongen niet herkent, zoekt lang naar een regel die voor het oprapen ligt.
Meestal in groep 3–5 in Nederland en het 1ste–3de leerjaar in Vlaanderen, rond 6 tot 9 jaar. Elk kind gaat in zijn eigen tempo; dit is een richtlijn, geen eis.
De eerste van 11 oefeningen in dit onderwerp. Bekijk ze allemaal
Zo ziet het eruit voor uw kind
Met één oefening uit dit onderwerp als voorbeeld: Steeds erbij: invullen.
Hoe het samenhangt
De pijlen wijzen naar wat daarna gedaan kan worden. Wat in een vak staat, hoort bij dat vak.
Eerst nodig
Puzzels
Getallenreeksen
Steeds dezelfde stap
Veranderende stappen
Alles samen
eerst dit, dan dat hoort bij
Steeds dezelfde stap
Zoek eerst de stap tussen twee buren.
Elk getal is het dubbele van het vorige. Welk getal ontbreekt?
Kijk hoeveel er steeds af gaat.
Elk getal is de helft van het vorige. Welk getal ontbreekt?
Zoek eerst de stap tussen twee buren.
Veranderende stappen
Elke sprong is iets groter dan de vorige. Welk getal ontbreekt?
Elk getal is de som van de twee ervoor. Welk getal ontbreekt?
Elke sprong is iets kleiner dan de vorige. Welk getal ontbreekt?
De rij gaat omhoog, dan omlaag, dan weer omhoog. Welk getal ontbreekt?
Alles samen
40 sommen achter elkaar, alles gemengd: de proef op de som.
Waarom dit belangrijk is
Een reeks is een puzzel: de getallen staan er, de regel niet. Om het ontbrekende getal te vinden moet een kind een patroon zoeken, een vermoeden toetsen en nagaan of het overal klopt. Dat is rekenen en redeneren tegelijk.
Onderweg wordt veel geoefend zonder dat het zo voelt: optellen, aftrekken, verdubbelen en halveren. En het zoeken naar een regel is precies de denkwijze die later bij algebra en verbanden terugkomt.
Zo pakt u het aan
Begin bij de buren: wat is het verschil tussen twee getallen naast elkaar? Bij 7, 11, 15 is dat steeds 4, dus daarna komt 19. Klopt dat verschil niet overal, kijk dan of er verdubbeld of gehalveerd wordt.
Bij de lastigere rijen verandert de stap zelf. In 2, 3, 5, 8, 12 wordt elke sprong één groter, +1, +2, +3, +4, dus het volgende getal is 17. Laat uw kind de sprongen erboven of eronder opschrijven; dan ligt het patroon vaak ineens open.
Wanneer zit het erin?
Foutloos door de hele ronde van 10, en samen niet langer dan 50 seconden. Rond de 5 seconden per som laat zien dat er niet meer geteld wordt.