Maqqii Een gebalanceerd netwerk van rekenvaardigheden voor kinderen op de basisschool Oefenen

Tafel van 3

Tafel van 3 oefenen, van 6 × 3 tot 21 ÷ 3: de eerste tafel zonder handig trucje, eerst de tafel zelf en dan de deeltafel.

Uw kind kan de oefeningen hier pas doen als vermenigvuldigen tot 20 lukt en de tafel van 5 zit. Die 5 is het anker: wie 5 × 3 = 15 zeker weet, vindt 6 × 3 door er drie bij te doen in plaats van de hele rij af te lopen.

Meestal in groep 4–5 in Nederland en het 2de leerjaar in Vlaanderen, rond 7 tot 9 jaar. Elk kind gaat in zijn eigen tempo; dit is een richtlijn, geen eis.

Tafel van 3
  • 1×3=3
  • 2×3=6

De eerste van 6 oefeningen in dit onderwerp. Bekijk ze allemaal

Zo ziet het eruit voor uw kind

Met één oefening uit dit onderwerp als voorbeeld: Door elkaar.

1 Op de pagina van het onderwerp staat de volgende oefening klaar.
Op de pagina van het onderwerp staat de volgende oefening klaar.
2 Uw kind speelt een ronde van 10 sommen.
Uw kind speelt een ronde van 10 sommen.
3 Foutloos en op tijd: de oefening is af, en het levert hout op voor het dorp.
Foutloos en op tijd: de oefening is af, en het levert hout op voor het dorp.
4 Dezelfde pagina, een ronde later: de volgende oefening staat klaar.
Dezelfde pagina, een ronde later: de volgende oefening staat klaar.

Hoe het samenhangt

De pijlen wijzen naar wat daarna gedaan kan worden. Wat in een vak staat, hoort bij dat vak.

eerst dit, dan dat hoort bij

Tafel van 3

  • 1×3=3
  • 2×3=6

Elk antwoord is het vorige plus 3.

  • 6×3=18
  • 9×3=27

Keer 3 is het dubbele en nog één keer: 7 × 3 = 14 + 7.

  • 6×3=18
  • 2×3=6

Welk getal keer 3 geeft het antwoord? Zeg de tafel op tot je het hoort.

Deeltafel van 3

  • 3÷3=1
  • 15÷3=5

Welk getal keer 3 is het? Zoek het in de tafel van 3.

  • 21÷3=7
  • 27÷3=9

Het getal dat gedeeld werd is het antwoord keer 3.

  • 9÷3=3
  • 24÷3=8

Soms ontbreekt de uitkomst, soms een getal ervoor.

Waarom dit belangrijk is

Bij de 3 houdt het makkelijke houvast op. Er is geen nul om achter te zetten en niets om te halveren, dus dit is de eerste tafel die een kind echt moet leren kennen. Dat maakt hem belangrijk: hier blijkt of uw kind de tafels als feiten onthoudt of telkens opnieuw uittelt. Later helpt hij bovendien bij de 6, die precies het dubbele is.

Zo pakt u het aan

Op volgorde opzeggen is een prima begin: 3, 6, 9, 12. Het doel is wel dat 8 × 3 los te beantwoorden is, zonder de rij af te lopen. Een brug daarheen is een anker dat al vastzit, zoals 5 × 3 = 15. Van daaruit is 6 × 3 nog drie erbij: 18.

De deeltafel leest dezelfde feiten van achteren. Wie weet dat 8 × 3 = 24, weet ook dat 24 ÷ 3 = 8: er passen acht groepjes van drie in 24.

Wanneer zit het erin?

Als uw kind alle 10 sommen foutloos maakt in 30 seconden of minder. Zo vlot gaat het pas wanneer de antwoorden uit het geheugen komen.