Maqqii Een gebalanceerd netwerk van rekenvaardigheden voor kinderen op de basisschool Oefenen

Delen

Delen oefenen, van 10 ÷ 5 tot 96 ÷ 6: de helft, deelsommen uit de tafels en sommen met ronde getallen, in vijf stappen tot 100.

Ook in dit onderwerp

Hoe het samenhangt

De pijlen wijzen naar wat daarna gedaan kan worden. Wat in een vak staat, hoort bij dat vak.

eerst dit, dan dat hoort bij

Waarom dit belangrijk is

Delen is eerlijk verdelen: twaalf snoepjes over drie kinderen. Rekenkundig is het vooral de omgekeerde vraag van vermenigvuldigen. Wie weet dat 4 × 3 = 12, weet daarmee ook dat 12 ÷ 3 = 4.

Daarom groeit delen in Maqqii gelijk op met vermenigvuldigen, stap voor stap tot 100. Het is nodig bij breuken, bij gemiddelden en bij elke vraag die begint met 'hoeveel per'.

Zo pakt u het aan

Elke stap opent met de helft, omdat delen door 2 het makkelijkst te begrijpen is: iets in tweeën. Daarna volgen deelsommen uit de tafels, sommen met ronde tientallen en honderdtallen, en sommen waarin uw kind zelf het getal en de deler kiest.

Stel bij delen steeds de keervraag. 35 ÷ 5 wordt: welk getal keer 5 is 35? Zo hoeft er niets nieuws uit het hoofd geleerd te worden; uw kind gebruikt de tafels die er al zitten.